Skip to content

Oefening 1 - Model

Taak

Kijk eens goed naar het onderstaande eenvoudige schema, dat is gebaseerd op de redenering in paragraaf 6.5 van De Apollo-maanlandingen:

Oefening 2.1 bestaat uit het produceren van een volledig en welgevormd redeneerschema inclusief alle co-premissen.

Modelantwoord

Toelichting

Hoe komen we van probleem naar oplossing? Daar zijn best een paar stappen voor nodig. Laten we die even rustig bekijken.

Grof gesteld moeten we weten wat we in het lege vak voor de co-premisse in het schema moeten zetten.

(Er zijn wellicht twee of meer co-premissen nodig, maar laten we met één beginnen en kijken hoe ver we komen.)

De bewering die in het lege vak voor de co-premisse moet worden geplaatst, verbindt de premisse met de stelling door hiermee woorden of concepten gemeen te hebben. We kunnen daarom veel over die co-premisse te weten komen door naar die andere beweringen te kijken.

Allereerst moeten we nagaan of aan het konijnenprincipe is voldaan (dat zal niet het geval zijn). Staan er belangrijke termen of concepten in de stelling die daaronder niet terugkomen?

Laten we ze even op een rijtje zetten:

In de stelling.....Opmerking

  • kunstlicht....Dit is in strijd met het konijnenprincipe: deze term komt (nog) niet voor in de premissen.
  • gebruikt bij het maken.....Ook in strijd met het konijnenprincipe.
  • foto’s........Komt ook in de premisse voor, dus dat is in orde.

“Kunstlicht” en “gebruikt bij het maken” moeten dus terugkomen in de toe te voegen co-premisse. Laten we ze voor het gemak meteen toevoegen:

Het geeft niet dat het nog geen kloppende zin is, dat corrigeren we later wel.

De tweede stap bestaat uit het zoeken naar aanwijzingen op die andere voor de hand liggende plek: de hoofdpremisse. Nu passen we het schakelprincipe toe. Zijn er belangrijke termen of concepten die daarin wel voorkomen, maar verder nergens anders (en dan met name niet in de stelling)? We gaan gewoon weer het rijtje af:

"In de premisse*....Opmerking

  • schaduwen.....Dit is in strijd met het schakelprincipe: deze term komt (nog) niet ergens anders voor.
  • Apollo-foto’s.....Dit is een halve overtreding: foto’s staat in de stelling, dus dat klopt, maar Apollo niet. Daar moeten we iets aan doen.
  • wijzen verschillende kanten op....Nog een overtreding!

We hebben dus nog drie dingen die in een aanvullende co-premisse moeten worden ondergebracht. We zetten ze er gewoon in, dan hebben we al het ruwe materiaal op de juiste plek:

Uit dit ruwe materiaal gaan we een passende co-premisse maken, zodat we eindigen met een correct gestructureerde redenering.

Wat meteen opvalt, is dat Apollo eigenlijk bij foto’s hoort (het zijn tenslotte de Apollo-foto’s waar we het hier over hebben), dus aangezien foto’s in de stelling staat, moeten we Apollo daarbij plaatsen:

Dat was even een kwestie van opschonen. Maar er blijft een interessante vraag open: wat voor passende co-premisse(n) kunnen we construeren met het ruwe materiaal dat we nog over hebben?

In dit geval is dat vrij duidelijk, aangezien de losse woorden al bijna een samenhangende zin vormen.

Suggestie:

Om schaduwen op foto’s verschillende kanten op te laten wijzen, moet je kunstlicht gebruiken bij het maken ervan.

Ik heb alleen maar een paar woordjes toegevoegd om het ruwe materiaal op een kloppende manier met elkaar te verbinden. Als we deze zin vervolgens in het redeneerschema plaatsen, is dit het resultaat:

Nu nog een laatste controle:

Dan zijn we klaar! Dit is een kloppend redeneerschema van een welgevormde enkelvoudige redenering.

Maar let wel op: de co-premisse is niet per se waar. Sterker nog, het is een zwak punt in de redenering en wordt dan ook aangevallen met bezwaren. Wat we hier hebben gedaan, is identificeren hoe de co-premisse moest luiden.